Zorg dat u altijd op ongeveer dezelfde tijd naar bed gaat en op dezelfde tijd opstaat, om in een vaste slaapritme te blijven.
Het maakt niet uit of dat juist laat of vroeg is, precies zoals u zichzelf het beste erbij voelt.
Een slaapduur van tussen de 6 en 8 uur is ideaal, zowel een langere als een kortere slaapduur kan klachten geven.
Doe, voordat u naar bed gaat, wat minder licht aan in huis en in de kamer.
Zorg dat u uw avondmaaltijd gebruikt ongeveer 3 uur voordat u naar bed gaat. Als u later op de avond nog iets wil eten neem dan fruit, bv. een appel, wat yoghurt of een cracker met honing.
Drink ’s avonds geen koffie, als u moeite heeft inslapen. Slaapbevor-derend zijn bv. warme melk met wat anijs, kamillethee of citroenmelisse thee.
Drink ’s avonds niet te veel water of frisdrank, als u vaak ’s nachts wakker wordt. Cola en sterke thee hebben ook een slaapremmende werking.
Van alcohol valt u sneller in slaap, maar u wordt ook vaker wakker en slaapt korter. Beperk de inname van alcohol en als u een slechte slaper bent kunt u het beter helemaal niet drinken.
Als het veilig genoeg is in uw buurt, maak dan ’s avonds altijd een wandelingetje.
Doe het laatste uur voor u gaat slapen geen stressvolle dingen meer, als een druk telefoontje of een nare film.
Als u zich gestrest voelt, kleed u dan heel langzaam uit, doe alles heel langzaam en sloom.
Probeer een ontspanningsoefening te leren voor als u in bed ligt, of luister naar muziek, of naar de radio.
Gaap een keer of 5 en ontspan uw kaak als een baby.
Zorg ervoor dat uw huid, handen en voeten lekker warm zijn als u gaat slapen.